Maak contact!

De run op kerktelevisie stelt kerken voor de vraag: wat willen we laten zien? Tien tips voor kerktelevisie in het beeldentijdperk.  

‘Kerken zijn met hun communicatie in één klap en noodgedwongen deel geworden van de publieke ruimte. Voorheen vonden kerkdiensten min of meer in beslotenheid plaats. Die tijd is voorbij. Dat dwingt kerken ertoe na te denken over het beeld dat je de buitenwereld wilt geven.’ 

Aan het woord is Ferdinand Borger, predikant, theoloog en theatermaker. Voor de IKON ontwikkelde hij in 2013 een alternatief voor de kerkdiensten op Radio 5, de Vermoeden-viering. Sinds 2017 werkt hij fulltime als predikant in de Protestantse Gemeente Waalre. Hij coacht collega-predikanten bij hun optreden voor de camera. 

  1. Kies je doelgroep 

‘Voor de coronacrisis waren veel kerken al online, voor de mensen die er niet bij konden zijn. Zij zonden een live-registratie uit van een kerkdienst, en dat volstond. Nu kijken er doorgaans veel meer mensen. Mijn podcast werd beluisterd door 250 mensen terwijl er normaal 90 mensen in de kerk zitten. Denk na over wat dat betekent voor wat je wilt je wilt laten zien en horen, voor de vorm van je kerkdienst. Misschien moet je viering wel compleet op de schop.’ 

  1. Mediumshots 

Maak via het beeld contact met de kijker thuis. Gebruik daarvoor vooral mediumshots, die de voorganger en andere sprekers dichterbij brengen. Zeg maar tussen een close-up en een totaalshot in.’’ 

  1. Kijk in de camera 

‘Altijd in de camera kijken, contact maken met de kijker. Suggereer niet dat er meer mensen in de kerk zitten, door links en rechts te kijken. Autocue is misschien verleidelijk, maar je ziet de voorganger al snel constant strak op de autocue kijken. De levendigheid vermindert, dat werkt niet goed. Als je niet uit je hoofd kunt of wilt preken, hou dan je blaadje erbij en kijk er af en toe op. En daarna weer snel: camera!’ 

  1. Varieer in camerastandpunten 

‘Als het technisch mogelijk is, varieer dan in camerastandpunten. Ik zag zwenkende, zoomende, camera’s, zoef, van predikant naar bloemstuk. Niet doen, te onrustig, onprofessioneel. Denk van te voren over de camerastandpunten na en maak rustige overgangen.’ 

  1. Beperk je preek 

‘Kijkers zijn gewend aan korte spanningsbogen. Wees puntig in je communicatie, houd je preek korter dan gebruikelijk. Opnieuw: dat geldt wanneer je meer mensen wilt bereiken dan de mensen die toch al keken en gewend zijn aan een lange preek.’ 

  1. Laat zingen zien 

‘Als er een koortje is, laat het zien. Laat de organist zien. Als er straks meer bezoekers zijn, laat dan zien dat ze zingen. En regel vooraf de kwestie van privacy, niet iedereen in de kerk wil ook in beeld. Als je wilt dat mensen thuis meezingen, laat dan tekst en muziek zien. Varieer daarmee.’ 

  1. Ondersteun het bidden 

‘Kies elementen uit die het gebed ondersteunen. Dat kan een kaars zijn, een gebrandschilderd raam, een bloemstuk, maar niet de verstofte vingerplant. Niet de voorganger in beeld brengen.’ Wat er te zien is, moet je kunnen missen: de meeste mensen bidden met hun ogen dicht.  

  1. Varieer in muziekstijlen 

‘’Luisteraars waardeerden de mix aan muziekstijlen in mijn podcast. Wees daarin grensoverschrijdend, gebruik ook popmuziek, Nederlandstalig, oude hedendaagse klassieke muziek. Regel wel de rechten.’’ 

  1. Gebruik filmpjes  

‘Voor een ritme en variatie in de kerkdienst kun je gebruik maken van filmpjes. Voor de pinksterviering maakte een predikant interviews met gemeenteleden, over de vraag wat Pinksteren en bezieling voor hen betekende. Laat die op verschillende momenten tijdens de viering zien.’ 

  1. Kijk televisie 

Bekijk met het team dat de kerkdiensten in beeld brengt een televisieviering en noteer wat je er goed aan vindt. Vrijwilligers zijn geen professionele programmamaker, maar kunnen wel leren hoe professionals het aanpakken. Tip: de halfuurdiensten tussen Pasen en Pinksteren van de gezamenlijke kerken in Zeeland, nog te zien op www.gelovenindedelta.nl 

Dit artikel is geschreven door Kees Posthumus voor Kerkmagazine – jaargang 11 – nummer 3 – september 2020 – pagina 24/25 – met toestemming overgenomen.